Over Erik van der Spek Staatsbosbeheer Texel

boswachter Staatsbosbeheer Texel

Bramenplukken in Muy en Bollekamer @NP_Texel kan weer

Dauwbraam

Dauwbraam


Vanaf 1 september mag er in de natuurgebieden De Muy en Bollekamer op Texel ook buiten de paden gelopen worden om bramen te plukken. Dit mag tot de laatste bramen eind oktober rijp zijn mag. In de andere delen van het Nationaal Park Duinen van Texel is het plukken van bramen alleen toegestaan als de bramen direct langs het wandelpad groeien.

De bramen in deze delen zijn voor de vogels, die op hun reis naar het zuiden in de Texelse duinen komen bij tanken. Vooral lijsterachtigen als de Merel en de Koperwiek maken hier massaal gebruik van. De vlierbessen zijn ook in trek, vooral bij kleinere zangvogels zoals zwartkop en roodborst.

boswachter Erik van der Spek

Mag De Slufter straks weer kwispelen?

slufter klein
Wanneer je naar oude kaarten kijkt wil de monding van De Slufter kwispelen, verschuiven van zuid naar noord en weer terug. Sinds de jaren negentig mag dit niet meer. Rijkswaterstaat had berekend dat wanneer de opening tussen de duinen breder zou worden dan 500 meter de Zanddijk bij een superstorm niet veilig genoeg zou kunnen zijn. Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier kwam bij een periodieke controle van de veiligheid van dijken en duinen met verder ontwikkelde reken methoden tot de conclusie dat de Zanddijk veel veiliger is dan tot nu toe aangenomen. En dat het om de vier tot vijf jaar recht trekken van de Sluftergeul dus waarschijnlijk niet nodig is. Staatsbosbeheer is blij met deze conclusie, dat zou kunnen betekenen dat De Slufter veilig zijn natuurlijke gang zou kunnen gaan.
verloop Sluftergeul
Universiteiten onderzoeken
Na de laatste correctie van de Sluftergeul is door het Hoogheemraadschap in overleg met Staatsbosbeheer een serie onderzoeken gestart. In de eerste plaats wordt er nog eens nauwkeurig berekend of een grotere opening echt veilig is, ook wanneer de extreem zware storm uit een andere richting komt dan te verwachten is. Daarnaast wordt onderzocht wat een natuurlijker beweging van de Sluftergeul voor de natuur in het hele Sluftergebied gaat betekenen. Studenten van verschillende opleiding zijn bij de reeks van onderzoeken betrokken. Er is een rekenmodel voor De Slufter gemaakt op de Universiteit van Delft, waar op de Universiteit van Utrecht mee gerekend wordt. Met welke kracht bereiken golven de kust onder verschillende omstandigheden en wat is dan het te verwachten effect? Na een verandering mag de zeewering, dat is hier de Zanddijk, niet onveilig kunnen worden. Van de Vrije Universiteit Amsterdam en de Hogeschool Van Hall Larenstein uit Leeuwarden kijken studenten Aardwetenschappen naar de biodiversiteit in het gebied, welke soorten leven er? De vooronderstelling is dat wanneer De Slufter weer natuurlijk mag bewegen de biodiversiteit toe zal nemen. Wanneer deze keuze gemaakt gaat worden zal de ontwikkeling van de biodiversiteit tien jaar gevolgd gaan worden. Nu wordt voor dat geval de startpositie vastgelegd.
slufter storm klein
Hoever gaat de Slufter verlopen?
Het verleden is geen garantie voor de toekomst. Maar uit het verleden is bekend dat de plek waar de Slufter in zee stroomt binnen een gebied van ruim 2km heen en weer schoof, globaal tussen P24 en P26. In de jaren vijftig lagen de bunkers die nabij P24 op het strand liggen zelfs even ten noorden van de geul. Tussen de duinen was het gebied waar in de kreek bewoog al veel smaller. De verwachting is dat dit ook in de toekomst het geval zal zijn. Bij komend voordeel is dat de bocht achter de duinen dan ook weer op een natuurlijke manier afgesneden zal worden. Daarmee wordt voorkomen dat de kreek zolang wordt dat hij gaat verzanden. Onder normale omstandigheden neemt de ebstroom zand uit de kreek mee, dit vormt een drempel vlak bij zee. (Daar kunt u dus ook het beste oversteken.) Bij storm wordt deze drempel afgebroken, op de TU Delft is berekend dat wanneer de kreek langer wordt dan 3200m deze drempel niet meer wordt opgeruimd bij storm en De Slufter kan verzanden, dan zou dit unieke gebied erg van karakter veranderen.

Congres dynamisch kustbeheer
Op 9 en 10 juni was er een congres over dynamisch kustbeheer van Rijkswaterstaat en STOWA op Texel waar ook het vrij laten van De Slufter een van de onderwerpen was. Via de onderstaande links vindt je een impressie en de presentaties over De Slufter.

Impressie: STOWA | Dynamisch Kustbeheer – Impressie en Veldbezoek Kijk even mee http://mf.tt/NQA1s

Kunnen we de Slufter anders beheren/de natuur zijn gang laten gaan? Petra Goessen Hollands Noorderkwartier http://iturl.nl/snTmQ

Toepassing van drones voor monitoring; pilot de Slufter Jordy Kames, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier http://iturl.nl/sn2xq_o

Dynamiek van De Slufter Maarten van der Vegt, Universiteit Utrecht http://iturl.nl/snD0V

Ecologische monitoring in De Slufter Jitske Esselaar, Staatsbosbeheer en Arjen Strijkstra, Hogeschool Van Hall Larenstein http://iturl.nl/snEVA

Boswachter Erik van der Spek

Veel sterns in de Slufter op Texel

grote sterns 2

Het is een drukte van jewelste in de Slufter op Texel. Op sommige dagen staan er wel een paar duizend grote sterns op de zandplaat bij de Sluftermonding. Ze rusten er uit, maar dat gaat niet altijd stilletjes. Je kunt ze soms op grote afstand horen krijsen! Het is bijzonder om te horen en te zien, zoveel grote sterns bij elkaar. Het lijkt wel of steeds meer sterns deze mooie plek ontdekken.

Reizend gezelschap
Omdat er ook sterns tussen staan die een kleurring om hun poot hebben, kunnen onderzoekers zien dat er regelmatig andere individuen zijn. De vogels rusten dus waarschijnlijk niet steeds op dezelfde plek, maar reizen rond in het Noordzeegebied en rusten dan eens hier en dan eens daar. In de Slufter worden daarom bijvoorbeeld ook vogels gezien die op de Scheelhoekeilanden (Goeree) of op Griend uit het ei zijn gekomen. Uiteindelijk zullen ze allemaal naar het zuiden trekken om in Afrika te overwinteren.

Kwelder
De Slufter is het bekendste natuurgebied van het eiland. Het is een grote kweldervlakte tussen twee zanddijken in. Het bijzonder is dat deze kwelder aan de Noordzeekust ligt, daar zijn er niet zoveel van in Nederland. Kreken met zout water stromen dwars door het gebied. Er is dus een open verbinding met zee. In het verleden is een paar keer geprobeerd de buitenste zeedijk te sluiten, waardoor er geen zeewater meer in de Slufter zou stromen. Dat mislukte steeds en nu mag het zeewater vrijelijk het gebied in en uit stromen.

Rust
Om de sterns hun rust te gunnen heeft Staatsbosbeheer de borden in de Slufter verzet. De borden geven aan tot waar vrij rondgestruind mag worden. Die grens is nu iets verschoven zodat er geen mensen per ongeluk door de groep rustende sterns wandelen. Zo kunnen de vogels straks goed uitgerust aan hun grote reis naar het zuiden beginnen.

grote sterns
Meer weten?
De Slufter op Texel wordt beheerd door Staatsbosbeheer. In onze digitale encyclopedie kun je meer lezen over dit bijzondere gebied en over grote sterns. Op de website van onderzoeksinstituut IMARES is meer te vinden over grote sterns met kleurringen. Er staat regelmatig een update. Onderzoeker Mardik Leopold vertelt aanstaande zondag over het onderzoek op Radio Texel, tijdens Natuurwijzer van 12:00-13:00.

http://www.wageningenur.nl/nl/Expertises-Dienstverlening/Onderzoeksinstituten/imares/Expertisegebieden/Mariene-ecologie/Grote-Sterns-volgen-door-kleurringen.htm

bron: http://www.ecomare.nl

Boswachter Erik van der Spek

Broedseizoen 2015 in Nationaal Park Duinen van Texel

Een deel van de kolonie lepelaars en aalscholvers in De Muy

Een deel van de kolonie lepelaars en aalscholvers in De Muy


In de Muyplas hebben lepelaars, aalscholvers en blauwe reigers als kolonievogels gebroed. In 2015 hebben maar liefst 106 paar lepelaars gebroed. Dit aantal is nog nooit zo hoog geweest. – in 2014 85 nesten. De aantallen aalscholvers lopen in de loop van de jaren terug: Er werden in 2015 848 nesten ingeschat (telling 20 april). – in 2014 nog 882 nesten – Opvallend is dat in het noordelijke deel er steeds meer gaten vallen in de kolonie. Mogelijk zijn er aalscholvers verkast naar de Geul; daar is de kolonie explosief toegenomen met in 2015 1040 paar en in 2014 661.

De Geul

In de Geulplas werden minimaal 420 paar lepelaar geteld. Sinds 2011 is het aantal broedparen hier ongeveer gelijk gebleven. Opvallend is de a-synchroniteit van de lepelaar. Een klein cluster oostelijk van het bosje had al bijna vliegvlugge jongen begin mei, terwijl bij een andere groep de eieren net gelegd werden.
Een deel van de lepelaarskolonie in De Geul

Een deel van de lepelaarskolonie in De Geul


kieviten en steltkluut
Er zijn geen gerichte tellingen verricht naar de broedvogels langs de Krimweg, maar het idee is dat het een enorm succesvol jaar is geweest. Vooral de kievit deed het erg goed: er zijn dan ook veel jongen vliegvlug geworden. Op een gegeven moment konden 40 kuikens worden geteld!
Een heel bijzonder broedgeval was de steltkluut in de Bunkervallei. Eind mei werd daar een paartje gezien baltsend en een tureluur wegjagend. Rond 7 juni zat een van de dieren verborgen in de zeerus; mogelijk op eieren. Het nest is mislukt maar het broedgeval staat.
dwergsterns

dwergsterns


dwergsterns en blauwe kiekendief
Van de ongeveer 65 paar dwergsterns die op De Hors broedde heeft naar schatting de helft vliegvlugge jongen gekregen. Van de anderen zijn de nesten weggespoeld. De vier paar blauwe kiekendieven brachten samen acht jongen groot, één nest is mislukt. Dit is vergelijkbaar met de situatie in 2014. Uit één nest zijn twee grote jongen verdwenen.

Avontuurlijk pad open
Het Slag achter De Geul, door sommige mensen wel het Heksenpad genoemd, is nu ook weer beschikbaar voor wandelaars. De lepelaars hebben de kolonie naast het pad verlaten en de boswachters hebben dit pad weer open gezaagd. Dit avontuurlijke pad is niet altijd zonder laarzen te gebruiken.

Boswachter Jitske Esselaar

Het konijn als verspreider van zaden in de duinen

IMG_0141 web
Belangrijk
Dat konijnen belangrijk zijn in de duinen is al lang bekend. Door het grazen, houden ze de begroeiing laag en open waar bijvoorbeeld duinviooltjes van profiteren. Het graven van holen zorgt voor er kaal zand, waarin éénjarige planten kunnen kiemen. In de wanden bij de ingang van hun holen kunnen graafwespen nestelen. Bergeenden en tapuiten broeden in verlaten holen. Konijnen zijn voedsel voor kiekendieven en hermelijnen en dode konijnen zijn een bron van leven voor talloze insecten . Onderzoek in Spanje toont aan dat konijnen ook belangrijk zijn bij als verspreider van plantenzaden in de duinen.

Verspreiding van zaden
Voor planten is het belangrijk dat zaden niet alleen dicht bij de producerende plant op de grond komen. Juist verder weg komen van zaden is voor planten belangrijk. Er kan daardoor meer genetische uitwisselingen tussen planten van dezelfde soort plaatsvinden, daardoor wordt de populatie gezonder en minder vatbaar voor ziekten. Het bereiken van nieuwe groeiplaatsen zorgt er ook voor dat er minder concurrentie is tussen de ouders en hun nageslacht. Ook kunnen planten daardoor aan besmetting van een groeiplaats met groeibelemmerende bacteriën en aan parasieten en planteneters ontkomen. Zaden kunnen op veel verschillende manieren worden verspreid; met de wind, via water en door dieren. Tot nu toe werd gedacht soorten met kleine zaden het vooral moesten hebben van verspreiding zonder hulp van dieren en soorten met grote zaden wel profiteerden van transport door dieren. En dat grote zaden vooral verspreid worden doordat ze aan de vacht blijven kleven. Wel bestond het vermoeden dat kleine zaden doordat ze met de rest van de plant opgegeten via mest verspreid kunnen worden.

Onderzoek

In een Spaans duingebied zijn met uitzondering van de winter gedurende een jaar verse konijnenkeutels verzameld. Niet op latrines, omdat konijnen daar ook urineren, wat een negatief effect op de zaden kan hebben. De keutels zijn gedroogd en door uitpluizen en het laten kiemen van zaden in de keutel is gekeken of en welke planten zich uit de keutels ontwikkelden. Vierduizend konijnenkeutels leverden driehonderd planten op. Daarvan konden er acht plantensoorten worden herkend, bij dertig planten lukte dit niet. Het onderzoek is in een tweede jaar op een iets andere manier herhaald met een vergelijkbaar resultaat. Het totaal aantal plantensoorten dat door konijnen verspreid is via de mest kwam op minimaal veertien soorten, 6,4% van de plantensoorten in het studiegebied. Bij een vergelijkbare studie in een ander soort vegetatie ging het zelfs om 49% van de plantensoorten.

Eerder is er al een onderzoek geweest dat aantoont dat paarden via hun mest een belangrijke rol spelen bij het verspreiden van zaden in de duinen. In de Bollekamer ziet Staatsbosbeheer bijvoorbeeld dat grasklokjes veel verspreider vormen sinds het gebied wordt begraasd. Of dit via de mest of de vacht gebeurd is niet bekend, maar beter verspreid worden ze. Ook de zeldzame klokjesgentiaan lijkt hier van de begrazing te profiteren door een beter verspreiding van de zaden.

Bron: The rabbit as seed disperser in a coastal dune system, Plant Ecol (2010) 206:251-261, Dellafiore C.M. etal.

Boswachter Erik van der Spek

Wendy Vroome maakt als stageopdracht een onderhoudsplan voor het Waalenburgerdijkje op Texel

Wendy
Hallo,
Mijn naam is Wendy de Vroome, 19 jaar oud en ik volg de opleiding tuin, park en landschap (niveau 4) op het Clusius College in Hoorn. Vorig jaar heb ik met veel plezier in Schoorl bij Staatsbosbeheer stage gelopen en via die weg ben ik op Texel beland, waar ik mijn laatste schooljaar zal stage lopen.

Na een hartelijk welkom heb ik een mooi project toegewezen gekregen. Voor de Waalenburgerdijk ga ik een Onderhoud- en beheerplan maken. Hierbij hoop ik dat dit stukje geschiedenis er nog nog beter bij komt te liggen.

Groet,

Wendy de Vroome

Grote of gewone wederik, op Texel niet zo gewoon en de gewone slobkousbij nog minder

wederik klein
Texel is anders, kan op vele manieren aan de orde zijn. Voor de grote of gewone wederik geldt juist dat deze soort op Texel niet gewoon is. Het aantal groeiplaatsen is veel kleiner dan je zou verwachten van deze soort die om groeiplaatsen vraagt die vochtige, matig voedselrijke en of rijk aan organische stof zijn. Uit geslacht wederik, onderdeel van de sleutelbloemfamilie, komt ook het penningkruid op Texel voor, evenals verwilderd uit tuinen de puntwederik.

Grote wederik
Dit is een hoge rechtopstaande plant die behoorlijk behaard is. Ze bloeien op Texel in juli-augustus. Grote wederik verspreid zich na vestiging via worteluitlopers, die ook van uit de oever in het water kunnen zweven. De bladeren staan niet in een vast patroon aan de stengel, zelfs aan een plant kan dit gevarieerd zijn. Het blad lijkt wat op dat van een wilg, wederik kan dan ook vertaald worden als wilgenplant. Het blad heeft een spitse top, een gladde rand en een korte steel. De bloemen staan in een pluim die breed-kegelvormig is. De helder gele kroonbladeren hebben meestal aan de voet een roodbruine ‘bloedvlek’. Om die reden dacht men vroeg waarschijnlijk dat wederik als medicijn tegen bloedspuwing gebruikt kon worden. De helmdraden zijn tot halverwege vergroeid en hebben oliekliertjes.
wederik 2 klein
Gevarieerde groeiplaatsen
De bodem waarop grote wederik groeit, bestaat meestal uit zand, leem of laagveen. In oevers staat grote wederik lager naar mate het water minder voedselrijk is. Ook in duinvalleien die een groot deel van het jaar onderwater staan kan het zich thuis voelen. Grote wederik kan zich ook goed handhaven in ruigte zones met bramen. Maar ook in niet of weinig bemest nat grasland kan het voorkomen. De enkele groeiplaatsen op Texel passen goed in het beeld. Het Grote Vlak in de Bollekamer is een natte duinvallei die een groot deel van het jaar onder waterstaat. Het hooiland bij de Korverskooi waarin het voorkomt wordt niet bemest en is vochtig. Langs de Randweg groeit grote wederik tussen de bramen en langs de Jan Ayeweg in de oever van een sloot.

zwartwitte slobkousen van vrouwtje gewone slobkousbij

zwartwitte slobkousen van vrouwtje gewone slobkousbij

Slobkousbij
Op de twee eerste plaatsen komt op Texel ook de gewone slobkousbij voor. Al lang is bekend dat deze soort graag voedsel zoekt geel bloeiende wederiken, maar waar die voorkeur vandaan komt is pas sinds 1975 bekend. Vrouwelijke slobkousbijen verzamelen niet alleen stuifmeel, maar ook de olie van de wederik, die gemengd voedsel worden voor hun larven. De voorste vier poten hebben zuigkussentjes aan de binnenkant. Tijdens het olie zuigen komt er stuifmeel op het borststuk. Tijdens het vliegen worden stuifmeel en olie overgebracht op de slobkousen aan de achterpoten. Tijdens het voedsel zoeken worden de achterpoten omhoog gehouden om niets van de voorraad te verliezen. De mannetjes zwerven ronde de bloem op zoek naar vrouwtjes, ze hebben een opvallend geel masker. Voor nectar moeten de slobkousbijen andere soorten dan wederik bezoeken. Ze nestelen vrij ondiep (10cm) in de grond. De bonte viltbij die als koekoeksbij optreedt, is van Texel niet bekend.

gele masker van mannetje gewone slobkousbij

gele masker van mannetje gewone slobkousbij


Boswachter Erik van der Spek