Over Erik van der Spek Staatsbosbeheer Texel

boswachter Staatsbosbeheer Texel

Overgangen en open landschap krijgen meer ruimte in De Muy @NPTexel

Zilte Vlak singel
Staatsbosbeheer laat een deel van de wilgensingel die bij de herinrichting van De Muy was blijven staan naast de Zilte Vlakte alsnog weg halen. De positieve reactie van de natuur op de herinrichting tijdens het project De Nederlanden Natuurlijker geven hier aanleiding voor. Planten van natte duinvalleien (parnassia, moeraswespenorchis, waterpunge, harlekijnorchis, verfbrem, enz.) komen nu op een veel grotere oppervlakte voor. Juist op deze plek zijn er overgangen van natte naar drogere plekken en van plekken waar de begroeiing meer en minder onder invloed staat van brakgrondwater. Dit geeft ruimte aan veel bijzondere plantensoorten en de dieren die daarbij horen. Ook wordt de oorspronkelijke openheid van het landschap hiermee wat hersteld. Een aantal grote berken blijft staan.

Na een groot herinrichtingsproject leiden kleine aanpassingen vaak tot een beter resultaat. In deze lijn past ook het wat ophogen van een deel van de groene route tussen het Oorlogschip en het Dorenboltje. Vanaf 1 augustus is dit extra wandelpad weer beschikbaar.

Boswachter Erik van der Spek

Storm belevenis in @de_Slufter @NPTexel, verjongd het duin en zorgt voor wat hinder in het bos

De bijzondere zomerstorm van zaterdag 25 juli leverde een unieke kans voor veel Texel bezoekers om in hun vakantie eens mee te maken dat De Slufter goed vol zeewater staat en om de kracht van de wind te ervaren. Veel mensen kwamen naar het uitkijkpunt om deze belevenis te ervaren.Vanaf het strand is weer veel zand het duin ingewaaid, vooral bij het parkeerterrein bij de vuurtoren konden mensen goed ervaren hoe het is om gezandstraald te worden. Een gratis schrubbeurt.
In De Dennen zijn enkele bomen omgewaaid, waardoor twee woningen aan de Ploegelanderweg tijdelijk niet bereikbaar waren. Boswachter Aris Ellen, Rob Sier en Erik van der Spek hebben met hulp van buurman Kees Smit de weg weer vrijgemaakt. De wegen van Staatsbosbeheer in het bos waar auto’s op mogen rijden zijn gecontroleerd en vrijgemaakt.Morgen worden bomen die over andere paden liggen en loshangende takken in kaart gebracht, vanaf maandag worden die geruimd. Wanneer u ondanks het advies om het niet te doen toch het bos ingaat let dan goed op mogelijke afgebroken takken die naar beneden kunnen vallen

Boswachter Erik van der Spek

Blauwe zeedistel, één van de mooie beschermde soorten in @NPTexel

blauwe zeedistel
Van de beschermde plantensoorten (plukken of uitsteken is verboden) leeft de blauwe zeedistel denk ik wel op de meest in beweging zijnde omgeving. Blauwe zeedistels groeien in de zeereep wanneer de bodem er min of meer open is en er stuivend kalkrijk zand aanwezig is. Blauwe zeedistel had het moeilijk doordat mensen deze decoratieve plant plukten en doordat de zeereep heel erg werd vastgelegd. Doordat de blauwe zeedistel beschermd is mag hij niet meer worden geplukt, maar belangrijker is dat de zeereep weer meer mag leven en minder wordt vastgelegd. Voor de veiligheid blijkt verstuiving in de zeereep geen risico te zijn in de meeste gevallen, waardoor het aantal plaatsen waar de blauwe zeedistel in de duinen kan groeien is toegenomen. Langzaam lukt het de plant zich ook op steeds meer van deze plaatsen te vestigen. Langs strandovergangen zijn de omstandigheden vaak gunstig. Zo is op Texel de strandovergang bij de Badweg in De Koog van ouds een belangrijke groeiplaats, waar veel mensen deze bijzondere plant kunnen zien.

Voorkomen
De blauwe zeedistel leeft van nature langs de zeekusten van Europa tot in zuid Scandinavië, zuidwest-Azië en Noordwest-Afrika. De stikstof die de blauwe zeedistel nodig heeft haalt het oorspronkelijk uit het organisch materiaal uit vooral vloedmerken. In ons klimaat kan de blauwe zeedistel niet aan de duinvoet op de rand van het strand leven. De combinatie van droogte en koude in het voorjaar overleven kiemplanten hier niet. De blauwe zeedistel leeft hier voornamelijk aan de lijzijde van de zeereep. Nadeel is wel dat hier minder voedsel uit oude vloedmerken aanwezig is.
zeedstel 2 klein

Onopvallend blauw
De blauwe zeedistel is een twee of meerjarige zomer bloeier, bij weinig voedsel duurt het langer tot hij in bloei komt. Het is een lid van de schermbloemenfamilie waarvan de bloeiwijze niet direct als een bloemscherm te herkennen is. Voor de bloei staan de bladeren in een rozet op de wortel. De rozet bladeren zijn vrij klein en hebben een lange steel. De schutbladeren van het bloemscherm zijn in drie gestekelde tanden gespleten. De blauwe kleur van de bloemen zit in de helmdraden en in de top van de kelk-, kroon- en schutbladeren. De nectar van de blauwe zeedistel is intrek bij vlinders en andere insecten.

zeedistel klein

Kruisdistels
De blauwe zeedistel is lid van het geslacht kruisdistel, van de wereldwijd ruim 200 soorten komen er twee in Nederland voor. De andere soort is de wilde of echte kruisdistel. De bloemhoofdjes van deze soort zijn kleiner en witachtig. Hij is vooral te vinden langs dijken in het rivieren en Deltagebied. Ook op Texel is de wilde kruisdistel hier en daar op de Waddendijk te vinden en er is een al heel oude groeiplaats in De Slufter.

Boswachter Erik van der Spek

Vogels kijken bij de vogelwachter @de_Slufter in @NPTexel


Tot eind augustus zijn de vrijwillige vogelwachters van Staatsbosbeheer actief in De Slufter. Bij het vogelkijkpunt over het Diepe Gat bij de duinovergang aan het eind van de Oorsprongweg helpen ze graag bij het vogels kijken.

Boswachter Erik van der Spek

Grasklokjes, schoonheid op Texel

SONY DSC

Het grasklokje is een uitbundige zomerbloeier, die nu langzaam in bloei begint te komen. Net als alle klokjessoorten is het een beschermde plant. De planten zien er zo aantrekkelijk uit dat het plukken een bedreiging vormt. Op Texel zijn grasklokjes vooral bekend van de tuinwallen op de Hoge Berg. Tussen het verdroogde gras vallen de plukken blauwe bloemen erg op. Minder bekend is ze dat ze bij het juiste beheer ook in de weilanden op de Hoge berg kunnen voorkomen. In oud schraal grasland dat eind mei door hooien of beweiden kort is en dat daarna tot half augustus ongestoord mag groeien kunnen ook veel grasklokjes voor komen. Ook zijn er grasklokjes in de duinen te vinden.
SONY DSC
Rondbladig
Grasklokjes danken hun naam aan de klokvormige bloemen en de lange draaddunne bloeistengels. De wetenschappelijke naam wijst een heel andere kant op, vertaald betekend die rondbladig klokje. Voor de bloei bestaat het grasklokje uit een bladrozet. De planten staan zoals ook bij de paardenbloem boven op de wortels bij elkaar. De rozetbladen zijn hartvormig aan een steeltje. Vergeleken met de langwerpige bladeren van de andere soorten klokjes lijken ze min of meer rond. Door de bladrozet is het grasklokje voor de bloei kwetsbaar door concurrentie van hoog op groeiende planten. De rozetten kunnen verstikt worden. Maaien of beweiden van tuinwallen is dan ook van groot belang voor de grasklokjes. Daarom maait Staatsbosbeheer elk jaar een deel van de tuinwallen langs de buurtweggetjes op de Hoge Berg. Sinds het invoeren van het maaibeheer is de hoeveelheid grasklokjes en andere bloeiende planten op de tuinwallen sterk toegenomen.

SONY DSC

SONY DSC


Klokjesdikpootbij
In de duinen komt het grasklokje het meest voor in De Bollekamer. Sinds Staatsbosbeheer deze duinen daar laat begrazen komen ze meer en beter verspreid door het gebied voor. De koeien en paarden zorgen niet alleen voor de juiste leef omstandigheden maar verspreiden ook de zaden.
Grasklokjes zijn een belangrijke stuifmeelbron voor insecten. De larven van de klokjesdikpootbij leven zelfs alleen van stuifmeel van klokjes. De populatie van deze bijen op Texel is bijzonder. De klokjesdikpootbij is verder een soort van de hogere gronden in Oost-Nederland. De Texelse populatie heeft zich hier waarschijnlijk dankzij de Hoge Berg kunnen handhaven toen tussen 5500 en 3000 jaar voor Christus de zeespiegel steeg en het gebied tussen Texel en Drenthe in laagveenmoeras veranderde.
De klokjesdikpootbij lijkt moeilijk nieuwe groeiplaatsen van klokjes te kunnen bereiken. Zo hebben ze na de restauratie de 900 meter naar de Schans ondanks de vele grasklokjes pas in 2009 weten te overbruggen.

Uitwisseling
Voor de kleine populatie in De Bollekamer zou het goed zijn wanneer er uitwisseling met de populatie op de Hoge Berg mogelijk zou worden. Door de tuinwallen tussen de Hoge Berg en de duinen zo te gaan beheren dat hier weer grasklokjes kunnen gaan groeien, kan dat mogelijk worden gemaakt. Ook als de klokjesdikpootbij er geen gebruik van zou maken wordt het Texels

Boswachter Erik van der Spek

Kattedoorn langs Slag door de Nederland in @NPTexel interessant voor mens en wilde bij

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Langs het Slag door de Nederlanden in de Muy staat nu op sommige plaatsen de kattendoorn volop in bloei. Een mooie plant voor mensen, tenzij je er op blote voeten door heen loopt en veel insecten. De kattendoorn wordt graag bezocht door hommels, zoals de aardhommel en behangersbijen waaronder de ruige behangersbij. Een extra reden om in dit mooie gebied te gaan wandelen.

Boswachter Erik van der Spek

De Pluimvoetbij een opvallende wilde bij op Texel

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA
Van de 130 soorten wilde bijen die op Texel gezien zijn is de pluimvoetbij het makkelijkste te herkennen. Het is de enige soort van deze familie in Nederland. De vrouwtjes van de pluimvoetbij hebben opvallende lange oranje haren aan de achterpoten. Tussen deze haren verzamelen ze stuifmeel. Stuifmeel zoeken ze vooral op gele composieten als biggenkruid en klein streepzaad maar andere planten gebruiken ze als voedselplant. Ze vliegen van juni tot in september. Als eerste verschijnen bij bijen de mannetjes, ze kunnen daardoor direct paren met de later uitsluipende vrouwtjes.

Mannetjes en vrouwtjes
Zoals bij bijna alle bijen verschillen mannetjes en vrouwtjes van de pluimvoetbijen behoorlijk. Mannetjes zijn flink behaard met over het hele lichaam bruine of juist grijze lange haren. De haren op het gezicht zijn licht en de poten zijn lang en rank. De vrouwtjes hebben duidelijk lichte haarbandjes op het donker behaarde achterlijf en de lange oranje haren aan de achterpoten. De antennes van de mannetjes zijn langer dan die van de vrouwtjes. Mannetjes kunnen slapend in bloemen worden gezien, vrouwtjes slapen meestal in hun nestgang.
KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA
Zonnig zand
Pluimvoetbijen zijn op allerlei plaatsen te vinden, zolang er maar zand is om het nest in te graven. De nestplek moet een aantal uren per dag door de zon beschenen worden. De bodem moet goed warm kunnen worden, er mag dus niet veel opgroeien. Schrale duinhelling, open plekken in de hei, bospaden, maar ook voegen van een straatje gebruiken ze graag. Op geschikte plekken kunnen soms duizenden pluimvoetbijen nesten bouwen. De nestgangen kunnen tot 60cm diep zijn; 40 maal haar lichaamslengte. Om dit te evenaren zouden wij 70m moeten graven. Het vrouwtje maakt met haar kaken en voorpoten eerst de grond los. Daarna werkt zij het losgewoelde zand uit de nestgang, door achteruit kruipend het zand met achterpoten en achterlijf weg te drukken. Hierbij loopt het vrouwtje met hulp van het middelste paar poten achteruit. Het voorste paar poten gebruikt ze om het zand onder het achterlijf door naar achteren te werken, waarna het met de achterpoten, die als een soort roeispanen gebruikt worden, opzij wordt gedrukt. Zelfs wanneer er geen pluimvoetbijen vliegen is aan het uitgegraven zand, al snel een bult met de omtrek van een bierviltje, te zien dat ze aanwezig zijn.
SONY DSC
Nest
Onder in die gang wordt een stuifmeelvoorraad aangelegd, daarna legt de pluimvoetbij er een eitje bij. De larve die daar uit komt overwintert in de nestgang en kan eten van het stuifmeel om het jaar er op als volwassen pluimvoetbij tevoorschijn te komen uit het nest. De cellen worden opzij van de nestgang gegraven en glad afgewerkt, per gang kunnen tot tien nestcellen worden gebouwd. Vermoedelijk is de zwartsprietwespbij koekoeksbij bij de pluimvoetbij. Koekoeksbijen leggen hun ei in het nest van andere soorten. Zeker is dat er vliegen zijn die het nest kunnen parasiteren. U kunt helpen de verspreiding van de pluimvoetbij in kaart te brengen door waarnemingen in te voeren op http://www.waarnemingen.nl. Op http://www.wildebijen.nl is meer informatie over wilde bijen te vinden.

Boswachter Erik van der Spek