Over Erik van der Spek Staatsbosbeheer Texel

boswachter Staatsbosbeheer Texel

Dotterbloemen kunnen maar op een deel van Texel groeien

dotter web
Dotterbloemen (Cáltha palústris) zijn kenmerkende planten van oevers en vochtige terreinen. Ze bloeien gedurende een opvallend lange periode in de lente en soms in de herfst voor een tweede keer. Ze zijn lid van de ranonkelfamilie, die zeer vormenrijk is. De bloemen van de dotterbloem lijken veel op boterbloemen een ander geslacht uit de ranonkelfamilie en ze lijken weer helemaal niet op een andere verwant de riddersporen.

Dooiergeel
Dotterbloemen hebben dikke wortels en een rozet van lang gesteelde wortelbladeren. De holle bloeistengels staan rechtop en hebben stengelbladeren. Het blad van de dotterbloem is donkergroen en glanst zwak. Het niervormige blad heeft een netvormig nervenstelsel en de bladrand is ondiep gezaagd tot gekarteld. De dooiergele bloemen kunnen doorsnede tot vijf centimeter hebben. De woorden dooier en dotter hadden vroeger een verband met elkaar. De meestal vijf glanzende bloembladeren vormen een schotel. Aan de voet van de stampers is nectar te vinden en ook het vele stuifmeel is aantrekkelijk voor een groot aantal insecten. Wanneer de bloemen tijdens de bloei niet bestoven raken, kan tegen het eind van de bloei zelfbestuiving optreden. Hierdoor krijgt de dotterbloem ook wanneer het tijdens de bloei te slecht weer is voor insecten veel zaden. De zaden ontwikkelen zich in een kokervrucht, deze staan in een krans. Wanneer de vrucht rijp is springt hij open en ontstaat er een napje waar de zaden in liggen. Regendruppels die in de nap vallen en er weer uitspringen nemen de zaden mee. Dotterbloemen zijn te vinden in de gematigde en koude streken van het noordelijk halfrond.
De Tureluur web
Zoutmijdend
Omdat dotterbloem niet tegen zout kunnen zijn ze op Texel vooral in de duinen en langs de duinrellen te vinden. Bekende plekken zijn de duinrel De Tureluur in De Dennen en het Grote Vlak in De Bollekamer en De Geul. Vaak groeien dotterbloemen tussen het riet, maar riet kan op veel zoutere plekken groeien dan de dotterbloem.

Voedsel
Er zijn een aantal insecten gespecialiseerd op dotterbloemen. De dotterbloemoermot (Microterix calthella) is een kleine vlinder met een spanwijdte van 10-11mm die op Texel nog niet is waargenomen. Ze bijten de helmknoppen open om bij het stuifmeel te komen, alleen de oermotten van dit geslacht hebben het vermogen om te bijten als vlinder. Het gestreept moerashaantje, een zwart kevertje met geelrode banen, is niet echt gebonden aan dotterbloemen. Maar deze soort leeft in de winter graag in aanspoelsel op de oever en de dotterbloem is de eerste moerasplant die bloeit. Na de winterslaap zijn de bloemen van de dotterbloem vaak het eerst beschikbare voedsel. Een soort om naar uit te kijken wanneer je dotterbloemen bekijkt. Ook mensen lusten dotterbloemen, de gesloten bloemknoppen werden wel in plaats van kappertjes gegeten.

Een hele familie? De lidsteng

lid 2

Er zijn niet veel plantensoorten die als soort tevens de hele familie vertegenwoordigen. Bij de lidsteng was dit lang wel het geval. Al wordt lidsteng tegenwoordig tot de weegbreefamilie gerekend. Het is een overblijvende, blauwgroene oever- en waterplant, met een ondergronds kruipende vertakte wortelstok. Lidsteng is dan ook vaak in velden te vinden, hele plekken stengels vanuit een gemeenschappelijk wortelstelsel. De stengels zijn buisvormig en meestal onvertakt. Zowel de wetenschappelijke geslachtsnaam Hippúris (paardenstaart) als de Nederlandse naam Lidsteng dankt de plant aan de gelijkenis met Paardenstaarten, planten uit het geslacht Equiesetum. De wetenschappelijk soortnaam vulgaris (gewoon) wijst op het ruime verspreidingsgebied: van de koelere delen van het noordelijk halfrond tot het zuiden van Chili. De noordelijkste groeiplaatsen liggen aan de kust in het noorden van Groenland op 83 graden noorderbreedte. In Nederland is lidsteng te vinden in een strook tot 50 kilometer uit de kust en langs de grote rivieren. Op andere plaatsen komt lidsteng sporadisch voor.
lid 3

Windbestuiver
Meestal komen de lage, recht opstaande stengels grotendeels boven het water uit. Maar in diep of snelstromend water kan lidsteng ondergedoken stengels van enkele meters lang vormen, waarvan alleen de top boven water uitkomt. Langs de stengel heeft lidsteng kransen van vier tot zestien stuks, met meestal acht, smalle bladeren. In de zomer bloeit de lidsteng, maar voor de bloempjes moet je wel goed zoeken. In de bladoksels ontwikkelen zich minuscule bloemen, niet veel meer dan een vruchtbeginsel met één stijl en één meeldraad. Lidsteng wordt door de wind bestoven en pas nadat de stijl verschrompeld is, groeit de helmdraad uit en gaat de helmknop open. Zo treedt er geen zelfbestuiving van het bloempje op. De vrucht van de lidsteng is een steenvrucht, die in het water valt. Gezonken in het water verrot de wand. Vermoedelijk worden de zaden door watervogels verspreid, zowel tussen de modder aan hun poten als via hun darmkanaal.
Opvallend is dat lidsteng een van de weinige waterplanten is waar wieren en andere aangroeisels geen vat op hebben. Ook blijft het water rond lidsteng erg helder, het is niet duidelijk hoe dit komt. Lidsteng kan goed tegen droogvallen, zolang de modder waar ze in wortelt maar vochtig blijft. Wel kunnen in de winter de wortelstokken dan doodvriezen.
lid1
Boswachter Erik van der Spek

Wilde hyacinten op Texel

hya 1
De wilde hyacinten zijn opvallende bloeiende planten aan het eind van het voorjaar op Texel. Vooral in de vochtige stukken loofbos in De Dennen zijn ze in grote aantallen te vinden. Maar overal over Texel, ook buiten de loofbossen kun je ze tegen komen. Het is niet helemaal duidelijk hoe deze soort op Texel terecht is gekomen. Zeer waarschijnlijk komen ze van nature niet in Nederland voor, de oudste vermeldingen als plant in het wild dateren uit 18e eeuw. Vermoedelijk zijn de eerste wilde hyacinten rond 1700 ingevoerd uit Engeland toen we een gemeenschappelijk staatshoofd hadden. (Onze stadhouder was daar de koning.)
hya 2
Afkomstig uit Frankrijk?
Op Texel is de wilde hyacint waarschijnlijk bewust of onbewust mee gekomen met de sneeuwklokjes die uit de rivierdalen van Frankrijk zijn gehaald om hier opgekweekt te worden. De meeste bloeiwijzen zijn vrij compact en ook komen er regelmatig witte en lila kleurige exemplaren voor. Dit past bij de Spaanse hyacint of kruisingen daarvan met de wilde hyacint. In Groot Brittannië verdringt hij de daar inheemse wilde hyacint. Niet duidelijk is of de wilde hyacinten op Texel ook voor de handel zijn geteeld. Er zijn wel enkele bospercelen waar wel veel wilde hyacinten staan, maar geen sneeuwklokjes (meer?) groeien, wat op bewuste teelt kan wijzen.
hya 3
Ingeburgerd
Wilde hyacinten worden langs de Hollandse binnen duinrand en op Walcheren en Texel als een ingeburgerde nieuwkomer beschouwd. In de rest van het land op landgoederen als stinsenplanten en daarbuiten als verwildert. Behalve via splitsing van de knollen vermeerderd de wilde hyacint (boshyacint zou een betere naam zijn) zich ook uit zaad. Na de bloei ontwikkelen zich grote zaaddozen waarin je zodra ze rijp zijn de zwarte zaden kunt horen rammelen. De zaden kiemen meestal in de herfst. Wanneer na een periode met temperaruur van minsten 20 graden deze daalt tot 10 graden kan dit gebeuren. Hoge zomer en lage wintertemperaturen zijn ongunstig, daardoor doet deze soort in gebieden met een zeeklimaat beter. Tot de tweede helft van de achttiende eeuw wordt de wilde hyacint als cultuurplant beschouwd. Daarna rekent David de Gorter haar als eerste tot de wilde flora van de bossen rond Den Haag. De noordgrens van het natuurlijke areaal loopt door België. In ons land is het vooral een bosplant van vochthoudende, humeuze bodems die in ieder geval oppervlakkig ontkalkt zijn.

Voedselplant
De bloemen van de wilde hyacint leveren nectar en stuifmeel aan een groot aantal soorten insecten. Hommels en andere wilde bijen komen er graag. Ook vlinders drinken graag van de nectar, o.a. de fraaie glasvleugelpijlstaart is er in De Dennen regelmatig op te zien. De bosrand langs de Tureluur is een plek waar de kans groot is deze soort tegen te komen. De open ruimte is hier groot genoeg om in de zon te staan en smal genoeg om er voor te zorgen dat het bos beschutting geeft tegen de wind.

boswachter Erik van der Spek

Al zeker 282 paren lepelaars in De Geul op Texel, telling komt op Vroege Vogels TV.

IMG_5253 web
In De Geul, onderdeel van Nationaal Park Duinen van Texel, broeden al zeker 282 paar lepelaars. Staatsbosbeheer heeft vorige week de eerste telronde gedaan door van uit een vliegtuig foto’s te maken van de kolonie. Op deze manier zijn de lepelaars in dit moeras van wilgen en riet zonder ze te verstoren te tellen. Althans de meeste dieren, doordat een deel van de nesten onder de bomen wordt gemaakt zullen ze niet allemaal te zien zijn. Maar door dat dit alle jaren het geval is kunnen de gegevens wel vergeleken worden. De eerste jonge lepelaars vliegen al, terwijl er nog steeds vogels met broeden beginnen. Door na de tweede ronde de foto’s te vergelijken kan er geschat worden hoeveel er nog bijgekomen zijn. De laatste jaren herbergt deze grootste kolonie van Nederland ongeveer 420 – 450 paren. In De Muy zit al zeker tien paar, de laatste jaren komen hier de meeste paren pas in de loop van mei aan. Van de telling zijn opnamen gemaakt voor Vroege Vogels TV, de uitzinding is gepland op dinsdag 17 mei.
IMG_5032web
Door de hoge waterstand in de vallei bij de vestiging zitten ze ver van het uitkijkpunt en zijn de nesten ook tijdens de excursie (nog) niet te zien. Laat komers kunnen dankzij het zakken van het grondwater mogelijk dichterbij gaan broeden. Over vliegende lepelaars zijn wel goed te zien. Ze vangen nu vooral driedoornige stekelbaarsjes in de kop van Noord-Holland en later garnalen op het Wad.

Boswachter Erik van der Spek

Gezellige Natuurmarkt op Turfveld als onderdeel Waddenvogelfestival

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.


Zaterdag 7 mei was er een gezellige Natuurmarkt als onderdeel Van het Waddenvogelfestival op Texel. Nationaal Park Duinen van Texel en Vogelinformatiecentrum Texel organiseren dit festival in samenwerking met o.a. Staatsbosbeheer, Ecomare en Natuurmonumenten. In de stand van Staatsbosbeheer konden bezoekers terecht voor natuurinformatie en om een bijenhotel te maken, zodat ze in eigen tuin of op het balkon wilde bijen die in holtes nestelen aan nestgelegenheid kunnen helpen. Vooral kinderen beleefden veel plezier aan het Hazenpad georganiseerd door het Wampex team. Ook de stands van IVN, WST, Vlinderstichting, De Lieuw, Ecomare, Texelse Imkers, Vogelinformatiecentrum en Nationaal Park vielen in de smaak. Mede dankzij het goede weer konden de vrijwillige verkeersregelaars het parkeren makkelijk in goede banen leiden.
Morgen zijn in het kader van het Waddenvogelfestival informatiepunt bemenst bij De Geul (uitkijkpunt Mokweg), De Slufter, post van de vrijwillige vogelwachters teer hoogte van de Oorsprongweg, Wadwachterspost Utopia en Eendenkooi Spang.

Boswachter Erik van der Spek

Evenementen in natuurgebieden, waarom kan het wel of niet?

SONY DSC
Een paar weken geleden schreef ik over samen delen van recreatieve voorzieningen in natuurgebieden. Dit was voor enkele mensen reden om te reageren in de zin dat recreatie helemaal niet past in een natuurgebied, waarbij ook wandelen al als niet passend is genoemd. Deze kritiek is uiteraard nog sterker wanneer het over evenementen in natuurgebieden gaat. Hoe beoordeeld Staatsbosbeheer aanvragen om activiteiten en zeker evenementen in natuurgebieden te mogen houden?

Effect op de natuur
De eerste beoordeling is of de plannen schadelijk zijn voor de natuur in de gebieden. Wanneer gebruik wordt gemaakt van bestaande voorzieningen zoals wegen, paden, parkeerterreinen en speelterreinen is het vaak mogelijk de activiteit zo te organiseren dat voor de natuur geen bedreiging optreed. Veel soorten van activiteiten zijn bovendien ook getoetst bij de opstelling van het, nog concept, Natura 2000 beheerplan. Wanneer er een nieuwe activiteit is bedacht moet de organisatie een natuurtoets laten uitvoeren en op basis daarvan bij de provincie een ontheffing van de Natuurbeschermingswet en/of Flora- Faunawet aanvragen. De beoordeling van Staatsbosbeheer wordt zo nog eens grondig getoetst en tegen het oordeel van de provincie kan bezwaar worden gemaakt wanneer iemand vindt dat die controle onjuist is uitgevoerd.

Effect op natuurbeleving

Kan de natuur een activiteit verdragen dan volgt een lastigere beoordeling. Wat is het effect van de gevraagde activiteit op de natuurbeleving van mensen die niet als deelnemer aan de activiteit van de natuur genieten. Net als bij het effect op de natuur gaat het dan ook om het cumulatieve effect. Komt iemand tijdens bijvoorbeeld een wandeling met meerdere activiteiten in aanraking? Of gebeurd dit tijdens op een volgende bezoeken steeds weer? Bezoekers van natuurgebieden komen om verschillende redenen, rust en ruimte horen daar zeker bij. Staatsbosbeheer geeft wanneer de natuur dit toelaat eerder toestemming om een activiteit te organiseren op plekken waar al veel mensen recreëren dan waar dit weinig gebeurd. In bijvoorbeeld De Dennen, met veel wandel-, fiets-, ruiterpaden, speelweiden en dus veel bezoekers heeft iets extra’s minder snel een negatief effect op de natuurbeleving dan in een gebied als De Bollekamer waar alleen een beperkt aantal wandelpaden is. Hier staan we dan ook alleen de hardloopwedstrijden van buurman ZDH uit Den Hoorn toe.
SONY DSC
Wadden-vogelfestival
Voor evenementen van uit natuurorganisaties zoals het Nationaal Park Duinen van Texel volgen we dezelfde beoordeling. 7 en 8 mei organiseren Nationaal Park Duinen van Texel en Vogelinformatie Centrum Texel in samenwerking met o.a. Staatsbosbeheer het Waddenvogelfestival. In de terreinen van Staatsbosbeheer is op zaterdag (10-16uur) de natuurmarkt bij het Turfveld in De Dennen. En op beide dagen zijn er informatiepunten bij De Slufter, uitkijkpunt Diepe Gat einde Oorsprongweg, door de vrijwillige vogelwachters van Staatsbosbeheer en in De Geul bij het uitkijkpunt langs de Mokweg door andere vrijwilligers. Ze helpen u graag bij het vogels kijken en beantwoorden uw vragen. De natuurmarkt is in De Dennen op een plek waar altijd veel mensen komen om op verschillende manieren in en van de natuur te genieten. De informatiepunten op plaatsen waar veel mensen vogels komen kijken. Op deze plaatsen zal het iets drukken zijn dan normaal, maar dit is niet schadelijk voor de natuur of de natuurbeleving.

Boswachter Erik van der Spek

Verslag van boswachter Dick Schermer 2e helft april

voorjaarsmoriele foto: Dick Schermer

voorjaarsmoriele foto: Dick Schermer

Het is goed te merken aan de vogels dat het te koud is voor de tijd van het jaar. Een aantal vogels zingen nog marginaal en in minder grote dichtheden dan normaal is in deze tijd: nachtegaal, grasmus, rietzanger, koekoek en tuinfluiter zijn nog maar sporadisch gehoord. Er zijn wel veel beflijsters waargenomen. Kieviten lopen nu vaak met jonkies en de eerste eidereenden broeden nu.
De planten lijken ook niet op te schieten maar schijn bedriegt: ineens bloeien er veel duinpaardebloemen; ineens is er Engels gras en Engels lepelblad in de Slufter. En als je goed kijkt zie je ruw vergeet-mij-nietje, lathyruswikke, driekleurig viooltje en klein tasjeskruid en het vroegerlingetje is alweer uitgebloeid. Het als zeldzaam bekend staand dwerggras groeit massaal in het noordelijk deel van de buitenduinen van de Slufterbollen tot de zuidelijke kop van de Slufter, in de noordelijke kop van de Slufter en in de buitenduinen noordelijk van het Alesiapaadje bij de Bleekersvallei. In de Muy bloeit de kleine valeriaan. In de Slufter zijn de kiemplantjes van zeekraal te vinden en in het Duinpark de kiemplantjes van klein zonnedauw.
Insecten reageren heel snel op zonlicht: op zandige stukjes zijn bastaardzandloopkevers te vinden en de bloeiende wilgen zitten vol met allerhande hommel- en bijensoorten. Heel leuk zijn de doornsprinkhaantjes op natte oevers. Deze vroege sprinkhaantjes springen als kikkers weg in het water en lopen dan via de oppervlaktespanning weg naar de oever. De vlinders laten zich nog maar sporadisch zien: alleen op 13 april een citroenvlinder in de luwte van de Buitenmuy. Met mooi weer zitten de rupsen van de bastaardsatijnvlinders te zonnen op de spinsels.
In de Slufterkreken spoelen oorkwallen en ribkwalletjes binnen .

kiemende kleine zonnedauw, foto: Dick Schermer

kiemende kleine zonnedauw, foto: Dick Schermer

Aalscholvers
De aalscholvers in de Geul en de Muy heb ik geteld: eigenlijk is inschatten een beter woord want niet alle nesten zijn vanaf de kant zichtbaar. In de Muy wordt het bos waarin de aalscholvers zitten steeds ijler door de de mest van de aalscholvers: ik kwam op 1080 nesten. Het merendeel zijn op dit moment grondnesten. De aalscholvers in de Geul zijn veel moeilijker te tellen doordat er steeds meer in het achterste deel gaan zitten. Ik kwam op 850 zichtbare nesten maar een deel kon ik niet inschatten: de vliegtuigfoto’s binnenkort van de lepelaars wil ik gebruiken om het exacte aantal daar te bepalen. De lepelaars in de Geul broeden aan weerszijden van de groene route.

ballon

Een slag door de Eierlandse Duinen leverde een flinke zak aan ingewaaide troep op. Veel van dat materiaal zijn met helium gevulde ballonnetjes van de firma Qualatex. Veel van deze ballonnen hebben de oorsprong in Engeland getuige de vaak Engelse opschriften.
Verwildere katten worden bijna iedere dag wel waargenomen en doorgegeven: in een van de keutels in de Lange Dam vond ik de resten van een noordse woelmuis.
Bijzondere waarnemingen: 22 april een klapekster in de Hanenplas, 24 april een mannetje zomertaling in de duinrel bij Akiab.

Boswachter Dick Schermer