Een ‘Rabenmutter’ bij de Bruine Kiekendief Circus aeruginosus, of: hoe een mannetje zonder hulp zijn jongen grootbrengt

Vogelwachter en Staatsbosbeheervrijwilliger  Klaus Brass zag dit jaar wat bijzonders bij het broeden van een bruine kiekendief langs het Waalenburgerdijkje op Texel. Hij schreef daarvan het volgende verslag:

Een ‘Rabenmutter’ bij de Bruine Kiekendief Circus aeruginosus, of: hoe een mannetje zonder hulp zijn jongen grootbrengt

De “Rabenmutter” (c) René Pop

Tijdens het maaibeheer langs het drukke fietspad tussen Oudedijkje en Pijpersdijkje op Texel had een collega van Staatsbosbeheer laag over een rietveld een Bruine Kiekendief met prooi waargenomen.  Er moest volgens hem een nest zijn. Ik wilde het precies weten en ging op een bankje zitten dat aan de andere kant van het fietspad voor een boomgordel staat. En ja, plotseling verscheen er een mannetje met prooi. Die zakte een meter of 35 voor me het rietveld in, en kwam er eerst na 20 minuten weer te voorschijn. Het leek alsof het mannetje de prooi op het nest was gaan verdelen, dus géén klassieke prooioverdracht in de lucht. In de buurt van het nest was ook na twee uur observatie géén vrouwtje te bekennen. Deze waarneming liet mijn nieuwsgierigheid groeien. Ook de volgende dag verzorgde alleen het vrij jonge (waarschijnlijk tweejarige) mannetje het nest met prooi. Deze gang van zaken meldde ik Adriaan Dijksen, om te weten te komen of zoiets vaker was waargenomen. Volgens hem niet, dus we besloten het nest niet op te zoeken (geen spoor maken). Wel wilde ik het geval elke dag nader observeren. De weersomstandigheden waren voor roofvogels tijdens de broedtijd vooral in de tweede helft van juni slecht geweest: harde wind en zware buien dragen niet echt bij aan het slagen van een broedsel. Bezwaarlijk was ook dat 2012 allesbehalve een goed muizenjaar was. Mijn waarnemingen bij het nest bevestigden dat: de prooien van het mannetje bestonden tot 80% uit (groene) kikkers, die hij zonder te verdelen op het nest dumpte. Soms kwam de vader met een rat of een Waterhoentje aangezeild. Af en toe dook hij in het nabije koolzaadveld of ging op een meidoorn in het rietveld posten. De bedelgeluiden van tenminste twee jongen waren steeds vaker en duidelijker te horen. Na twaalf dagen zag ik een een vrouwtje Bruine Kiekendief zonder prooi hoog over het nest vliegen, daarna een keer minder hoog wél met prooi. Zij deed geen poging naar het nest te duiken of de prooi neer te gooien.In plaats daarvan vloog ze verder. Het wilde geroep van de jonge kieken deed me denken dat het vrouwtje hun moeder geweest kan zijn (al is de kans groot dat de jongen bij élke prooidragende kiekendief hadden gebedeld). Maar mevrouw had zich ontpopt als “Rabenmutter”, ofwel een moeder die haar kroost in de steek laat!

De “Rabenmutter” (c) René Pop

Omdat ik een weekeinde naar de overkant moest, vroeg ik natuurfotograaf René Pop of hij het (niet politiek bedoelde) bruine nest in de gaten wilde houden. Ook hij zag dat alléén het mannetje de jongen van prooi voorzag, maar óók dat het vrouwtje drie keer met prooi (een keer heel laag) over het nest vloog, wederom zonder het kroost met prooi blij te maken. Het vrouwtje verwijlde blijkbaar wel in het broedgebied tijdens de eerste 16 observatiedagen. Soms rustte ze achter een boomgordel op een paal op 150 m van het nest, zonder zicht op de broedplaats.

De echte moeder? (c) René Pop

 

Maar hoera! Tijdens de 25ste observatiedag kwamen twee vliegvlugge jonge bruintjes te voorschijn, en zag ik de bijbehorende prooioverdrachten van het mannetje in de lucht. Op de 35ste dag bracht een Buizerd in de buurt van het nest me in de war, want ik dacht even een derde jong waar te nemen. Zeker was ik er niet van.  Pas op de 41ste dag werd mijn vermoeden werkelijkheid, want ik zag toen drie jonge kieken gelijktijdig in de lucht. Een klein wonder! De aanwezigheid van drie jongen duurde tot en met dag 46, daarna dwaalde er alleen nog een exemplaar rond het nest, blijkbaar het nestblijvertje dat tot dag 50 door de topvader werd gevoerd. Vanaf die dag kreeg ik het mannetje niet meer onder ogen. Tot dag 55 was alleen nog het vermoedelijke nestblijvertje in het broedgebied aanwezig; die probeerde ogenschijnlijk zelfstandig te jagen. Daarna waren alle bruintjes gone with the wind.

In totaal observeerde ik het nest op 55 dagen gedurende één tot twee uur per dag op verschillende tijdstippen, met als doel minstens één prooioverdracht per dag waar te nemen. Met datzelfde doel was René zeker tien keer aanwezig. Alle twee waren we daarbij succesvol. Uit de literatuur is één vergelijkbaar geval beschreven, en wel voor een mannetje Bruine Kiekendief dat in de Ebrovallei in Spanje rond levensdag 37-38 van de nestjongen zijn partner om onbekende redenen kwijtraakte (Fernández & Azkona 1992). Een week voor deze gebeurtenis bevatte het nest twee jongen, maar of dat kleine aantal iets te maken had met het vrouwtje, was niet bekend. Interessant genoeg hadden de auteurs naar de voedselaanbreng van het mannetje gekeken vóórdat het vrouwtje verdween, en erna. Bovendien deden ze dat ook bij andere paren in hetzelfde moerasgebied. De weduwnaar verdubbelde zijn prooiaanbreng na verdwijning van zijn vrouw en vergrootte ook nog eens zijn agressie rond het nest (gemeten als aantal verjagingen per uur). Zijn prooiaanbreng werd daarmee beduidend groter dan van mannen die hun vrouw nog hadden; toch werd er bij die laatste nesten per saldo meer voedsel aangebracht omdat ook het vrouwtje meehielp met jagen (meer voedsel betekent hier: vaker prooiaanbreng; er wordt niets gezegd over prooibiomassa).

Waarom het gezond ogende vrouwtje ophield met het voederen van haar jongen, is onbekend. Het nest ligt 30 meter van een fietspad waar bijna voortdurend mensen langskwamen.Op 20 m afstand speelden soms kinderen of losse honden op het grasveld en er werd tweemaal een trekker gezien die urenlang aan het hooien was. Met een beetje zon zaten er mensen op het bankje, te genieten van prachtig bloeiende koolzaadveld. Mogelijk waren deze menselijke activiteiten teveel van het goede voor het vrouwtje. In broedgebieden in de Neusiedlersee bleek dat Bruine Kiekendieven zich negatief lieten beïnvloeden door menselijke activiteiten. Daar had het bovenal gevolgen voor de gebieden die afvielen om ongestoord te kunnen bejagen indien er mensen in de buurt waren (‘avoidance belt’). Bruine Kiekendieven zijn ook onder roofvogelaars berucht vanwege hun verstoringsgevoeligheid (Bijlsma 1997). Dat wordt bevestigd door een Spaanse studie, die aantoonde dat er al bij geringe menselijke verstoring minder prooi werd aangebracht op het nest. De jongen van geregeld verstoorde nesten hadden ook hogere ureum-waarden in hun bloed dan niet-verstoorde nestjongen, een indicatie van een verminderde conditie (Fernández & Azkona 1993). Tenslotte kan menselijke verstoring ertoe leiden dat Bruine Kiekendieven hun nestplaats diep in rietbedden kiezen, waar ze de kleinste kans lopen te worden opgejaagd door vissers en jagers (Stanevicius 2004). Misschien dat het vrouwtje van het nest op Texel de drukte rond haar nest niet meer aankon en het voor gezien hield? En dat haar partner een bikkel was die zich door niets van de wijs liet brengen? Of zoals René Pop zei: ‘zou iedereen zo’n vader hebben, dan zouden we met z’n allen in een betere wereld leven…’.

Klaus Brass

 Literatuur

Fernández C. & Azkona P. 1992. Increased parentral care in a widowed male Marsh Harrier Circus aeruginosus. J. Raptor Res. 26: 257-259.Fernández C. & Azkona P. 1993. Human disturbance affects parental care of Marsh Harriers and nutritional status of nestlings. J. Wildl. Manage. 57: 602-608.Gamauf A. 1994. The influence of tourism on Marsh Harriers Circus aeruginosus in the Neusiedlersee-Seewinkel National Park, Austria. In: Meyburg B.-U. & Chancellor R.D. (eds), raptor conservation today: 103-108. WWGBP, Berlin.Stanevicius V. 2004. Nest-site selection by Marsh Harrier (Circus aeruginosus) in the shore belt of helophytes on large lakes. Acta Zoologica Lituanica 14: 47-53.

About these ads

Over Erik van der Spek Staatsbosbeheer Texel

boswachter Staatsbosbeheer Texel
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

5 reacties op Een ‘Rabenmutter’ bij de Bruine Kiekendief Circus aeruginosus, of: hoe een mannetje zonder hulp zijn jongen grootbrengt

  1. Pingback: Male harrier raises chicks on his own | Dear Kitty. Some blog

  2. René Pop zegt:

    Ik mis de foto’s die ik maakte en inleverde van de betrokken vogels.

    • Erik van der Spek Staatsbosbeheer Texel zegt:

      Dag Rene, ik heb alleen het verhaal gekregen, anders had ik je zeker gevraagd of ik de foto’s mocht plaatsen. Ik wil ze er graag alsnog bij zetten.

      groet, Erik

  3. René Pop zegt:

    Waar stuur ik ze heen Erik?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s